Beleggen voor je kind kan op je eigen naam of op naam van je kind. Op je eigen naam houd je zelf de zeggenschap over het geld. Op naam van je kind is het geld van je kind en mag het er vanaf 18 jaar zelf over beschikken. In beide gevallen kan de waarde van de beleggingen stijgen én dalen.
Welke keuze past, hangt vooral af van wanneer je het geld wilt geven, hoeveel vrijheid je zelf wilt houden en hoeveel risico je kunt nemen. Ook de belastingregels verschillen per situatie.
Beleggen voor je kind op eigen naam of op naam van je kind?
De naam op de rekening bepaalt wie eigenaar is van het geld. Dat is de eerste keuze die je maakt als je vermogen voor je kind wilt opbouwen.
| Op je eigen naam | Op naam van je kind | |
|---|---|---|
| Eigenaar | Jij bent eigenaar van de beleggingen. | Je kind is eigenaar van de beleggingen. |
| Zeggenschap | Jij bepaalt wanneer en hoeveel je geeft. | Je beheert de rekening zolang je kind minderjarig is. Vanaf 18 jaar beslist je kind zelf. |
| Schenking | Een schenking ontstaat pas als je geld of beleggingen aan je kind geeft. | Een storting door jou op de rekening van je kind is in principe een schenking. |
| Gebruik van het geld | Je kunt het geld ook voor iets anders gebruiken. | Het geld is van je kind en is niet bedoeld voor je eigen uitgaven. |
Een rekening op je eigen naam geeft dus meer vrijheid. Je kunt bijvoorbeeld wachten met schenken tot je kind het geld voor een studie of woning nodig heeft. Het nadeel is dat het bedrag tot die tijd onderdeel blijft van jouw vermogen. Geef je later een groot bedrag in één keer, dan kan schenkbelasting een rol spelen.
Op naam van je kind bouw je direct vermogen voor hem of haar op. Dat maakt ook de grens duidelijk: het geld is niet langer van jou. Je beheert het voor je kind en je kunt er niet zomaar over beschikken alsof het je eigen geld is. Bij sommige handelingen met het vermogen van een minderjarig kind kan toestemming van de kantonrechter nodig zijn.
Zo begin je met beleggen voor je kind
Je hoeft niet in één keer een groot bedrag in te leggen. Een vast bedrag per maand kan ook. Zo verdeel je je aankopen over verschillende momenten, al beschermt dat je niet tegen verlies.
- Bepaal wanneer het geld nodig is. Denk aan een studie, rijbewijs of een bijdrage aan een eerste woning. Hoe eerder je het geld nodig hebt, hoe minder tijd er is om een koersdaling af te wachten.
- Kies op wiens naam je belegt. Wil je zelf bepalen wanneer je kind het geld krijgt? Dan past een rekening op je eigen naam daar beter bij. Wil je het geld nu al aan je kind geven, dan kun je een kinderrekening overwegen.
- Kies een bedrag dat je kunt missen. Beleg alleen geld dat je niet nodig hebt voor je gewone uitgaven of onverwachte kosten.
- Kies een belegging en een aanbieder. Vergelijk onder meer de spreiding, kosten en voorwaarden. Niet iedere aanbieder heeft een rekening voor minderjarigen.
- Stel eventueel een vaste inleg in. Met een automatische maandelijkse storting bouw je regelmatig verder. Pas het bedrag aan als je financiële situatie verandert.
Je kunt ook af en toe extra geld inleggen, bijvoorbeeld als je kind geld voor een verjaardag krijgt. Op een rekening op naam van je kind zijn zulke stortingen mogelijk schenkingen. Noteer daarom wie het geld heeft gegeven en hoeveel.
Welke belegging past bij een potje voor je kind?
Een beleggingsfonds of ETF kan een manier zijn om het geld over meerdere beleggingen te verdelen. Een ETF is een beursgenoteerd fonds dat meestal een index volgt. Met een breed gespreid fonds ben je minder afhankelijk van één bedrijf. Je kunt nog steeds geld verliezen als de markt als geheel daalt.
Kijk ook naar wat er in een fonds zit. Een fonds dat vooral in één sector of regio belegt, is minder breed gespreid dan een fonds met bedrijven uit verschillende landen en sectoren. Past de keuze bij je doel en het risico dat je wilt nemen?
Bij Peaks kun je bijvoorbeeld een kinderrekening openen waarmee je in ETF’s belegt. Meewind biedt een rekening op naam van een kind voor beleggingen in duurzame energieprojecten. Die fondsen zijn minder gemakkelijk te verkopen. Dat maakt ze minder geschikt als je het geld mogelijk snel nodig hebt.
De kosten verschillen per aanbieder en product. Denk aan kosten voor de rekening, het fonds en aan- of verkoop. Vooral bij een kleine maandelijkse inleg kunnen vaste kosten relatief zwaar meewegen. Vergelijk daarom de totale kosten voor jouw manier van beleggen.
Sparen of beleggen voor je kind?
Sparen past beter bij geld dat je kind op korte termijn nodig heeft, of bij geld waarvan je geen waardedaling kunt opvangen. Je spaarsaldo schommelt niet door beurskoersen, al kan het door inflatie minder waard worden.
Beleggen kan passen als het geld langere tijd kan blijven staan en je een verlies kunt dragen. Er is kans op een hoger rendement dan bij sparen, maar dat is niet zeker. Ook na een lange periode kan je belegging minder waard zijn dan je hebt ingelegd.
Je kunt beide combineren. Zet bijvoorbeeld geld voor een aankoop die eraan komt op een spaarrekening en beleg alleen het deel dat langer kan blijven staan. Naarmate het moment dichterbij komt waarop je kind het geld nodig heeft, kun je ervoor kiezen minder risico te nemen. Verkoop dan niet alleen omdat de koers tijdelijk daalt, maar maak vooraf een plan voor het afbouwen.
Belasting en schenken bij beleggen voor je kind
Een storting op een beleggingsrekening die op naam van je kind staat, is in principe een schenking. Voor schenkingen bestaan vrijstellingen. Of je schenkbelasting betaalt, hangt onder meer af van het totale bedrag dat je schenkt, je relatie met de ontvanger en de regels die op dat moment gelden.
Meerdere stortingen van dezelfde ouder aan een kind tellen doorgaans samen voor de jaarlijkse vrijstelling. Voor de schenkbelasting worden ouders meestal als één schenker gezien, ook als zij gescheiden zijn. Een schenking van bijvoorbeeld een grootouder heeft een eigen vrijstelling en moet je apart bijhouden.
Bij een rekening op je eigen naam ontstaat de schenking pas wanneer je het geld of de beleggingen overdraagt. Ook het overdragen van beleggingen kan als schenking tellen. Of je de beleggingen zelf kunt overzetten, hangt af van de aanbieder en het product.
Voor de inkomstenbelasting telt het vermogen van een minderjarig kind meestal mee bij het vermogen van de ouder die het gezag heeft. Beleggingen op je eigen naam vallen ook onder je eigen vermogen. Vanaf 18 jaar geeft je kind het eigen vermogen aan als dat nodig is. De vrijstellingen en regels kunnen veranderen; de Belastingdienst geeft de actuele bedragen en voorwaarden.
Veelgestelde vragen over beleggen voor kinderen
Kan ik beleggen voor mijn kleinkind?
Ja. Je kunt op je eigen naam een bedrag opbouwen en het later schenken. Wil je rechtstreeks op naam van een minderjarig kleinkind beleggen, dan zijn de ouders of wettelijke vertegenwoordigers meestal nodig om de rekening te openen en te beheren. Voor schenkingen aan een kleinkind gelden andere vrijstellingen dan voor schenkingen aan een kind.
Wat gebeurt er met een kinderrekening als mijn kind 18 wordt?
Je kind wordt meerderjarig en mag zelf over de beleggingen beschikken. Het kan ze aanhouden, verkopen of het geld opnemen. Een eerder afgesproken doel, zoals een studie, verandert dat eigendom niet.
Kan ik tijdelijk stoppen met inleggen?
Bij veel aanbieders kun je een periodieke inleg aanpassen of stopzetten. De beleggingen die je al hebt gekocht, blijven dan belegd en kunnen in waarde stijgen of dalen. De voorwaarden voor vaste kosten en minimale inleg verschillen per aanbieder.
Is een kinderrekening beschermd als de aanbieder failliet gaat?
Beleggingen vallen niet onder de bescherming voor spaargeld via het depositogarantiestelsel. Er gelden aparte regels voor het bewaren van beleggingen en voor situaties waarin een beleggingsonderneming haar verplichtingen niet kan nakomen. Die bescherming vergoedt geen verlies door dalende koersen.
Maak je keuze vooral op basis van eigendom en timing. Wil je dat je kind vanaf 18 jaar zelf beslist, dan past een rekening op zijn of haar naam daarbij. Wil je het moment van schenken zelf bepalen, dan houd je het potje op je eigen naam.