Obligaties zijn verhandelbare schuldbewijzen. Als je een obligatie koopt, leen je geld aan bijvoorbeeld een overheid of een bedrijf. In ruil daarvoor krijg je meestal rente. Bij een gewone obligatie betaalt de uitgever het geleende bedrag op de einddatum terug, zolang die aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen.
Obligaties kunnen inkomsten opleveren, maar zijn niet zonder risico. De uitgever kan in financiële problemen komen en de koers van een obligatie kan dalen. Wat je uiteindelijk verdient, hangt onder meer af van de aankoopprijs, de rente en het moment waarop je verkoopt.
Wat zijn obligaties en hoe werken ze?
Een overheid of bedrijf kan geld nodig hebben en daarvoor een lening uitschrijven. Die lening wordt verdeeld in obligaties. Als belegger kun je zo’n obligatie kopen bij de uitgifte of later overnemen van een andere belegger.
Bij een gewone obligatie zijn deze afspraken van belang:
- De uitgever: de overheid, het bedrijf of de instelling die het geld leent en de rente en aflossing moet betalen.
- De nominale waarde: het bedrag dat de uitgever volgens de voorwaarden terugbetaalt op de einddatum.
- De couponrente: de afgesproken rente, meestal uitgedrukt als percentage van de nominale waarde.
- De looptijd: de periode tot de afgesproken aflossing. Sommige obligaties hebben geen vaste einddatum.
- De koers: de prijs waarvoor de obligatie wordt verhandeld. Die kan hoger of lager zijn dan de nominale waarde.
Een obligatie maakt je schuldeiser, geen eigenaar. Je krijgt dus niet automatisch een deel van de winst of stemrecht bij de uitgever.
Een eenvoudig voorbeeld van een obligatie
Stel dat je bij de uitgifte een obligatie koopt met een nominale waarde van € 1.000 en een vaste couponrente van 3% per jaar. Dan bedraagt de afgesproken rente € 30 per jaar. Als de uitgever op de einddatum aan zijn verplichtingen voldoet, krijg je ook de € 1.000 terug.
Koop je diezelfde obligatie later voor € 950, dan blijft de coupon bij een vaste rente € 30 per jaar. De rente wordt namelijk berekend over de nominale waarde, niet over jouw aankoopprijs. Krijg je op de einddatum € 1.000 terug, dan is er naast de rente ook een verschil van € 50 tussen je aankoopprijs en de aflossing.
Dit voorbeeld is zonder kosten en belastingen. Verkoop je eerder, dan hangt je opbrengst af van de koers op dat moment. Ook kan een uitgever rente of aflossing niet volledig betalen.
Welke soorten obligaties zijn er?
Het eerste onderscheid is vaak wie het geld leent. Bij een staatsobligatie is dat een overheid, bij een bedrijfsobligatie een bedrijf. Het risico verschilt per uitgever: niet ieder land en niet ieder bedrijf is even goed in staat om schulden terug te betalen.
Ook de afspraken over rente en aflossing kunnen verschillen:
- Vaste rente: de coupon blijft volgens de voorwaarden gelijk tijdens de looptijd.
- Variabele rente: de coupon kan veranderen, bijvoorbeeld wanneer een afgesproken marktrente verandert.
- Nulcouponobligatie: je ontvangt geen periodieke rente. Het rendement komt doorgaans uit het verschil tussen een lagere aankoopprijs en het bedrag dat je bij aflossing ontvangt.
- Converteerbare obligatie: deze kan onder bepaalde voorwaarden worden omgezet in aandelen.
- Eeuwigdurende obligatie: deze heeft geen vaste einddatum. Terugbetaling van de hoofdsom op een bepaalde datum is daarom niet vanzelfsprekend.
- High-yieldobligatie: een obligatie van een uitgever met een lagere kredietwaardigheid. De rente is vaak hoger, maar de kans op betalingsproblemen ook.
Waarom verandert de koers van een obligatie?
Een obligatie kan na uitgifte van eigenaar wisselen. De prijs die kopers ervoor willen betalen, verandert onder meer met de marktrente. Stijgt de rente, dan worden bestaande obligaties met een vaste, lagere coupon meestal minder aantrekkelijk. Hun koers daalt dan vaak. Daalt de marktrente, dan gebeurt vaak het omgekeerde.
Vooral obligaties met een lange resterende looptijd zijn doorgaans gevoelig voor een verandering van de rente. Ook nieuws over de financiële situatie van de uitgever beïnvloedt de koers. Als beleggers meer twijfelen of een bedrijf zijn lening kan terugbetalen, kan de prijs van zijn obligaties dalen.
Houd je een gewone obligatie tot de einddatum aan, dan is een tussentijdse koersdaling niet hetzelfde als een verlies bij verkoop. Je ontvangt volgens de voorwaarden de nominale waarde terug, mits de uitgever betaalt. Heb je meer betaald dan de nominale waarde, dan kan dat prijsverschil wel ten koste gaan van je totale rendement.
Wat zijn de risico’s en nadelen van obligaties?
Obligaties bieden vaak meer voorspelbare betalingen dan aandelen, maar een vaste coupon maakt een belegging niet risicoloos. Dit zijn de voornaamste risico’s:
- Kredietrisico: de uitgever betaalt de rente of aflossing niet, of niet volledig.
- Koersrisico: verkoop je voor de einddatum, dan kun je minder terugkrijgen dan je hebt betaald.
- Inflatierisico: bij stijgende prijzen kun je met de ontvangen rente en aflossing minder kopen.
- Verkoopbaarheid: sommige obligaties worden weinig verhandeld. Daardoor kan verkopen lastig zijn of alleen tegen een ongunstige prijs lukken.
- Valutarisico: staat de obligatie in een andere munt dan de euro, dan beïnvloedt de wisselkoers je opbrengst in euro’s.
Een hogere rente kan aantrekkelijk lijken, maar is soms een vergoeding voor een groter risico. De kredietwaardigheid van de uitgever en de voorwaarden van de lening zijn daarom minstens zo relevant als de coupon.
Hoe kun je beleggen in obligaties?
Je kunt losse obligaties kopen via een broker of bank die ze aanbiedt. Je kiest dan zelf de lening, looptijd en uitgever. De koers, handelskosten en het verschil tussen de aankoop- en verkoopprijs hebben invloed op je rendement. Bij sommige obligaties heb je een groot bedrag nodig om één stuk te kopen.
Een alternatief is een obligatiefonds. Dat belegt in meerdere obligaties, waardoor je met één aankoop over verschillende leningen kunt spreiden. Een obligatietracker is een fonds dat een obligatie-index volgt. Fondsen brengen kosten in rekening en hun waarde kan stijgen of dalen.
Er is een verschil met een losse obligatie: een fonds heeft doorgaans geen vaste einddatum waarop jij de nominale waarde van een specifieke lening terugkrijgt. Het fonds koopt en verkoopt obligaties en de waarde van je belegging beweegt mee.
Veelgestelde vragen over obligaties
Zijn obligaties veiliger dan aandelen?
Obligaties zijn gemiddeld vaak minder risicovol dan aandelen, maar dat geldt niet voor elke obligatie. Een lening aan een financieel zwakke uitgever kan veel risico hebben. Bij faillissement staan obligatiehouders doorgaans wel vóór aandeelhouders in de rij voor betaling, al krijgen zij niet altijd hun geld terug.
Wat zijn de beste obligaties?
Dat hangt af van wat je zoekt. Een hogere verwachte opbrengst gaat vaak samen met meer risico. De looptijd, kredietwaardigheid, prijs en valuta bepalen mede of een obligatie bij je past.
Is het een goed moment om obligaties te kopen?
Dat is niet met zekerheid te zeggen. De toekomstige rente en de financiële situatie van uitgevers zijn moeilijk te voorspellen. Een obligatie die past bij je gewenste looptijd en risico kan nuttiger zijn dan proberen het perfecte aankoopmoment te vinden.
Vergelijk bij een obligatie niet alleen de couponrente, maar ook de prijs die je betaalt en het bedrag dat je bij aflossing kunt terugkrijgen. Samen geven die een beter beeld van de mogelijke opbrengst.